Staande ovatie voor personeel

Marianne Swemers (69) genoot met volle teugen van de eerste ‘coronavrijheden’, toen plots haar hele kamer in het Valkenburgse zorgcentrum Oosterbeemd vol water liep. Twee heftige evacuaties volgden, maar ze heeft het inmiddels naar haar zin in het Geleense Glana.

DOOR PAUL DOLHAIN GELEEN / VALKENBURG

Een kleine vier weken voor de dramatische waterramp hebben alle inwoners en personeel nog een uitgebreide calamiteitenoefening gedaan in zorgcentrum Oosterbeemd. „Dan weet iedereen wat te doen bij brand én wateroverlast werd ons nog duidelijk gezegd. Wisten wij veel dat we het niet veel later ook echt moesten meemaken”, vertelt de aan een rolstoel gebonden Marianne Swemers in haar nieuwe onderkomen in Geleen.
Ze had het ontzettend naar haar zin in Oosterbeemd. Haar lichamelijke klachten zorgden er anderhalf jaar geleden voor dat ze haar appartement in Heerlen moest verlaten om naar Valkenburg te verhuizen. „Thuis was ik aan het overleven; met de zorg die ik nu heb kan ik leven”, zegt ze er zelf over. Ook al liet ze heel veel spullen achter, zoals bijvoorbeeld de antieke boekenkast. „Maar een kast wast me ’t vutje neet.”
Ze weet nog haarfijn hoe die bewuste woensdagavond verliep. „Om twintig over elf werd ik uit bed gehaald en naar de Gasterie (het restaurant, red.) gereden. De keuken stond vol water, de brandweer was net gearriveerd en toen viel plots de stroom uit. Ik werd met rolstoel en al naar de eerste etage getild. Eigenlijk bleef iedereen vrij rustig. Dat kwam door de goede zorg van het personeel, maar ook door die ene calamiteitenoefening.”
Voor het personeel is het op dat moment alle hens aan dek, vertelt Sander Goossens, teammanager van Sevagram in Oosterbeemd. „Toen om 22.00 uur het eerste water de hospice achter Oosterbeemd inliep, dacht de brandweer nog dat we twee uur de tijd hadden om te evacueren, maar binnen een half uur was het water er al.”
Alle bewoners van de begane grond worden verplaatst naar de eerste en tweede verdieping. „Hier lagen al bewoners te slapen. De meesten hebben niks meegekregen”, weet Goossens. Om bewoners te kalmeren wordt onder andere peperkoek uitgedeeld en maakt het personeel praatjes met ze. Ook collega’s die vrij hebben helpen mee. „Ik heb zelfs nog een beetje kunnen slapen”, vertelt Marianne.

Legertrucks
Dat geldt niet voor het personeel dat diezelfde nacht nog onderdak regelt bij revalidatiecentrum De Plataan in Heerlen. Donderdagochtend om 10.00 uur staan vier legertrucks klaar om alle bewoners te evacueren. Politieagenten, toegestroomde vrijwilligers en het Rode Kruis helpen mee om iedereen veilig aan boord te krijgen. „Voor sommige bewoners, die de oorlog hebben meegemaakt was dat heel confronterend”, vertelt Goossens. Eenmaal bij De Plataan wordt de impact voor de bewoners duidelijk. Na een helse rit blijkt dat de meeste kostbare spullen zijn achtergebleven. „Ik had alleen een pyjama en sloffen bij me”, vertelt Marianne.
Ondertussen biedt Zuyderland hulp aan. „Wij hebben crisisoverleg gehad om hulp te kunnen bieden. Bij Glana in Geleen zijn onlangs drie afdelingen verhuisd naar de nieuwbouw. We hadden alle spullen opgeslagen, de ruimtes waren leeg, maar we hebben alles schoongemaakt en de spullen weer teruggeplaatst”, vertelt Hanneke Hoen, manager van de Zuyderland Zorgcentra.
En dus volgt een dag later een nieuwe volksverhuizing, dit maal per touringcar en ambulances. Ondertussen haalt Goossens met collega’s kostbare spullen op die zijn achtergebleven in Oosterbeemd. „Brillen, gehoorapparaten en kunstgebitten”, somt Goossens op. Tot hun enkels staan ze in het langzaam zakkende water en verzamelen ze alles, geëtiketteerd, in zakjes. Ook in de volledig ondergelopen hospice halen ze spullen op als daar plots het licht aan gaat. „Als verstijfd stonden we stil. We schrokken ons kapot, omdat we dachten dat we onder stroom zouden komen te staan. Dat bleek gelukkig niet het geval.”

Staande ovatie
Momenteel wonen 28 bewoners nog steeds in De Plataan en 74 bewoners in Glana, waaronder Marianne. „Ik ben zo trots op hoe iedereen het gedaan heeft. Natuurlijk ben ik bang geweest, maar ik ben positief ingesteld. In Valkenburg hadden we allemaal een eigen televisie, nu niet, maar dat bevordert het onderlinge contact. Inmiddels spelen we ook weer spelletjes en hebben we avonden met vertier.” Ook Sef Kuipers, van de cliëntenraad Oosterbeemd, bevestigt dat er voornamelijk positieve geluiden klinken onder bewoners. „Natuurlijk zijn er ook mensen voor wie het nog steeds moeilijk is, er wordt ook nog steeds nazorg verleend, maar op de familiebijeenkomst kwam er een staande ovatie voor het personeel van Sevagram.”
Inmiddels hebben sommige bewoners te horen gekregen dat ze waarschijnlijk per 1 oktober terug kunnen naar Oosterbeemd. Voor anderen, zoals Marianne, gaat het langer duren. „Dinsdag wordt gestart met de renovatiewerkzaamheden. Ook de keuken en Gasterie op de benedenverdieping zijn helemaal verloren gegaan. We hopen dat alles in januari helemaal hersteld is”, besluit Goossens.

limburger

foto Ermindo Armino